Dat zeggen we vaak, maar hoe waar is het eigenlijk? Onlangs hebben we samen met de Provincie Gelderland een middag besteed aan de vraag: hoe kunnen we bepalen of we klimaatrobuust zijn? Oftewel, kunnen we de gevolgen van klimaatverandering opvangen? Climate Adaptation Services (CAS) nam ons mee in de methodieken die er al zijn. Wat bleek? Een goed werkend monitoringsysteem opzetten is een stuk lastiger dan gedacht.
Eerst moet je weten wát je precies wilt meten. Wat verstaan we onder klimaatrobuustheid? Welke indicatoren zeggen daar iets over? Hoe onderscheiden we de invloed van klimaatverandering van de keuzes die we als samenleving maken? En misschien wel de belangrijkste vraag: wat willen we uiteindelijk bereiken?
Dan komt de volgende uitdaging: wát kunnen we eigenlijk meten? We kunnen ontzettend veel data verzamelen, maar dat betekent niet automatisch dat we een compleet en bruikbaar beeld krijgen. Soms meten we de makkelijkste dingen, maar zijn die wel het belangrijkst? Neem bijvoorbeeld wateroverlast. Daar hebben we veel gegevens over, terwijl onderzoek van het PBL laat zien dat toenemende hitte een veel grotere impact heeft op onze samenleving.
We doen dit natuurlijk omdat we grip willen krijgen op risico’s. Nederland staat erom bekend dat we precies willen weten hoe groot de kans op klimaateffecten is, welke schade ze veroorzaken en hoeveel mensenlevens in gevaar komen. Ook de politiek wil verantwoording afleggen: wordt publiek geld slim en effectief ingezet?
We willen graag beslissingen baseren op data, maar in de praktijk gebeurt dat niet altijd. Een goed voorbeeld is de Klimaatschadeschatter, een tool die laat zien wat de financiële gevolgen van klimaatverandering op een locatie kunnen zijn. Een nuttig hulpmiddel, maar het wordt nauwelijks gebruikt. Blijkbaar spelen er bij beslissingen vaak andere factoren mee. Daarom is mijn conclusie: weten leidt tot meten. We moeten niet zomaar alles meten, maar eerst bepalen welke indicatoren écht invloed hebben op ons beleid en handelen. Dáár moeten we ons op focussen.
Een voorbeeld van een nuttige indicator is de hoeveelheid groen in de stad. Meer groen helpt direct tegen hittestress en wateroverlast, maar zegt ook iets over de aandacht voor een gezonde leefomgeving. Als een gemeente investeert in groen, is de kans groot dat er ook aandacht is voor bewoners en waterbeheer.
Door ons te richten op de juiste metingen kunnen we echt stappen zetten naar een klimaatrobuuste toekomst.