Verandering is vaak ongemakkelijk, en daarom neigen we ernaar problemen te minimaliseren of te accepteren om actie uit te stellen. Klimaatverandering heeft zowel voordelen als nadelen, maar als mens zijn we niet altijd goed in staat om de risico’s volledig te overzien. De aanpak van klimaatadaptatie richt zich erop om deze risico’s in kaart te brengen, maar laat het vervolgens aan individuen en bedrijven over of ze er iets mee doen.
Toch is er een groep mensen die direct aan de slag gaat met maatregelen zoals het vergroenen van daken, het planten van bomen en het vervangen van tegels door groen. Maar een groot deel van de samenleving wacht af. Verandering vindt bij hen pas plaats wanneer het financiële gevolgen heeft. Dit gaat verder dan subsidies voor verduurzaming; het draait om de fundamentele vraag of je je huis nog kunt verzekeren—en tegen welke prijs.
In de Verenigde Staten zien we al dat verzekeraars zich terugtrekken uit gebieden die steeds vaker worden getroffen door natuurrampen, zoals orkaangevoelige kuststreken en bosbrandgevoelige gebieden, bijvoorbeeld rond Los Angeles. In Nederland begint de financiële sector zich nu ook uit te spreken over klimaatrisico’s.
Uit een recent NOS-bericht blijkt dat investeerders steeds vaker klimaatrisico’s willen meenemen in hun beslissingen over bouwprojecten. Dit is een positieve ontwikkeling. Hoewel het principe van ‘Water en Bodem Sturend’ eerder van tafel werd geveegd, zien we nu een tegenbeweging.
Al langer pleit ik ervoor om bij investeringen en schadeberekeningen te kijken naar de volledige levensduur van een gebouw. Door vanaf het begin een grondige kosten-batenanalyse te maken, wordt vanzelf duidelijk welke locaties verstandige keuzes zijn voor nieuwbouw.
Wat ik minder begrijp, is de nadruk die de financiële sector legt op klimaatlabels voor bestaande woningen. Dit lijkt vooral een maatregel die huidige bewoners afstraft voor fouten uit het verleden. Stel dat een woning een verhoogd risico loopt op wateroverlast bij extreme regenval—dan ligt de oplossing niet alleen bij de huiseigenaar, maar bij de hele wijk. Water moet immers gezamenlijk worden opgevangen en afgevoerd.
Ook bij hittestress ligt de oplossing niet alleen bij individuele maatregelen zoals een zonnescherm of een boom in de tuin. Hoe verwerk je dit soort collectieve oplossingen in een individueel klimaatlabel?
In mijn ogen is een focus op klimaatlabels niet de juiste weg. Bij nieuwbouw is een grondige kosten-batenanalyse essentieel. Voor bestaande woningen geldt dat mensen vaak pas in actie komen als ze de impact zelf ervaren. Verzekeraars spelen hierin een belangrijke rol: na de eerste schadeclaim is het logisch dat ze kritischer worden, maar het is net zo belangrijk dat ze kijken naar structurele oplossingen en de rol van de omgeving.
De financiële sector kan een krachtige aanjager zijn van duurzame verandering—mits de juiste instrumenten worden ingezet.